Close
Ka’s Column | ‘Kan hij dat nog niet?’ (over ouders die continu willen vergelijken)

Ka’s Column | ‘Kan hij dat nog niet?’ (over ouders die continu willen vergelijken)

Bij de zandbak kwam Karen twee andere moeders tegen die hun kinderen met haar peuter vergeleken. Je kent dat type ouders die continu willen vergelijken vast wel? Normaliter negeert ze dat, maar nu had Karen een antwoord. Je leest het in deze nieuwe column ‘Kan hij dat nog niet?’

Lees ook: ‘Ka’s Column: Over een peuterdriftbui in de supermarkt’

over ouders die continu willen vergelijken met hun kinderen

‘Kan hij dat nog niet?’

In het honden wandelbos is een zandbak. Zelf vind ik de zandbak nog al goor, want je kan je vast wel een voorstelling maken van de combinatie honden wandelbos en een zandbak. Maar de peuter vindt deze plek geweldig en sinds hij erachter is gekomen dat daar een zandbak is, lukt het me niet om deze attractie over te slaan.

Hij wil er niet eens echt in spelen, rondrennen in het hondentoilet is al voldoende. Grappig joh, door dat mulle zand.
“Zabbak”, vraagt hij als we het bos inlopen.
“Eerst een rondje met Cookie, dan naar de zandbak”, antwoord ik.

Vervolgens rent mijn zoon als een ware Forrest Gump door het bos. Zo snel mogelijk naar de zandbak. Dat begrijp je.

Mijn zoon heeft nog niet zo veel empatisch vermogen

Als we bij de zandbak aankomen, is er ook een andere moeder met twee kindjes. Een van de kinderen is ongeveer de leeftijd van onze peuter, dus dat is leuk. Alleen staat de moeder wel net haar kleuter een preek te geven dat hij zijn broertje niet met een tak mag slaan. Mijn zoon heeft nog niet zo veel empatisch vermogen en interrumpeert vrolijk haar speech: “Hallo! Ik ben Robin. Kom je spelen?”
Dat laat het jongetje zich geen twee keer zeggen. Hij rukt zich los uit zijn moeder’s greep en rent op de peuter af.

“Eh sorry”, mompel ik naar de moeder. “Hij heeft nog niet door dat je je zoon een standje aan het geven was.”
Ze knikt naar me.
In een poging maar wat te small talken terwijl onze drie zonen achter elkaar door zandbak rennen, vraag ik haar hoe oud haar jongens zijn.
“Vijf en drie”, antwoordt ze. Aan Robin die inmiddels weer voor onze neus staat, vraagt ze: “En.. hoe oud ben jij?”
De peuter kijkt haar wat glazig aan.
“Hij is twee”, antwoord ik maar voor hem.

Nou ja.. hij kan al wel tot tien tellen

“Oh.. kan hij dat nog niet zelf zeggen”, vraagt ze en ik hoor een veroordeling in die vraag.
“Nou ja.. hij kan al wel tot tien tellen”, begin ik verdedigend. “Maar hij verbindt het getal twee nog niet aan een leeftijd of zo.”
“Ow okay”.

Gelukkig komt er nog een moeder aan met een klein meisje. “Hoooi”, roept de moeder die naast mij staat.
“Hoooi”, zegt de andere vrouw enthousiast terug.
“Boodschappen gedaan?”

Ze kennen elkaar, realiseer ik. Prettig wel, want dan kunnen zij lekker met elkaar keuvelen en kan ik een beetje naar mijn kind kijken terwijl zij keuvelen, want moeder 1 was nou niet echt het meest gezellige type dat ik ooit ontmoet heb.

De moeder die is komen aanlopen, komt naast ons staan en het meisje rent als een gelanceerd raketje de zandbak in achter de jongens aan. “Hi”, zeg ik tegen moeder 2.
“Hi”, zegt ze terug en het lijkt alsof ze me net pas heeft opgemerkt.

Maar mijn peuter kan heel hard rennen en lijkt de takken te kunnen ontwijken

De kinderen rennen nog wat rond en smijten met takken. Een beetje nerveus houd ik in de gaten of mijn peuter er nu niet van langs gaat krijgen met een tak. Maar mijn peuter kan heel hard rennen en lijkt de takken te kunnen ontwijken. Hij heeft nu wel zijn laars verloren.

“Mama helpen”, roept hij naar mij.
“Kan hij nog niet zelf zijn laars aantrekken”, hoor ik een van de moeders vragen terwijl ik naar mijn zoon toeloop.
“Nee, dat kan hij nog niet”, antwoord ik beleefd terwijl mijn nekharen overeind gaan staan.
“Hoe oud is hij dan”, vraagt moeder 2.
“Hij is twee, maar dat weet hij ook nog niet”, zegt moeder 1 voordat ik ook maar iets kan uitbrengen. Ze zegt het op zo’n irritante manier, dat ik tot tien moet tellen.
“Mijn dochter kon zichzelf al aankleden toen ze anderhalf was”, meldt moeder 2. “Hoe oud waren ze bij jou dat ze dat konden?”

Al kon hij helemaal niets, wat heeft het voor zin om dat te benoemen?

In drie minuten tijd wordt mijn peuter hier afgefikt door twee moeders die hem verder helemaal niet kennen.
Mijn kind kan van alles, maar laarzen aantrekken of zijn leeftijd noemen, dat kan hij nou net niet. En echt… who cares. Al kon hij helemaal niets, wat heeft het voor zin om dat te benoemen?

Normaliter weet ik pas achteraf welk gevatte antwoord ik had moeten geven. Dat had ik als kind al als ik de klas werd uitgestuurd. Op de gang bedacht ik pas, wat ik had kunnen zeggen. Maar nu schiet het antwoord me spontaan te binnen. Ik moet er al een beetje om lachen voordat ik het zeg.

“Tja.. het was kiezen tussen een talencursus of leren aankleden. Hij spreekt al wel redelijk vloeiend Arabisch, Mandarijn en Japans, dus dat aankleden is er een beetje bij ingeschoten.”

In de auto naar huis moet ik nog steeds om mijn eigen antwoord lachen.
“Mama wat doe jij”, vraagt de peuter vanaf zijn stoeltje op de achterbank.
“Mama moet heel hard lachen lieverd.”
“Waarom?”
“Omdat jij zo’n fantastisch kind bent.”

**

Herken je dat? Van die mensen die hun kind (ongevraagd) met het jouwe gaan vergelijken? Deel je jouw ervaring hiermee op onze Facebookpagina? Daar blijf je ook op de hoogte van alle nieuwtjes en nieuwste artikelen!

Close
Lees vorig bericht:
12 maanden zwanger boek Willemijn van Lochem en Martine Heemskerk (foto door Mariska de Groot)
Must read | 12 maanden zwanger

Als je in verwachting bent gaat er een wereld voor je open aan boeken. Er zijn er gigantisch veel te...

Sluiten