Close
Ka’s Column | ‘De Gaggamé’ (over versprekingen van peuters)

Ka’s Column | ‘De Gaggamé’ (over versprekingen van peuters)

De peuter leert steeds beter praten en dat vind ik fantastisch. Wat ik ook fantastisch vind, zijn zijn versprekingen. Zo noemde hij zichzelf eerst Wobbin in plaats van Robin en dat vond ik zo schattig klinken, dat ik het bijna zo wilde laten. Liefde voor die versprekingen van peuters!

versprekingen van peuters

Lees ook: ‘Ka’s Column | ‘Twee is nee’

Sommige versprekingen gaan vanzelf weer ‘voorbij’, andere zijn blijkbaar lastiger om af te leren. Een ijsbeer werd eerst een ‘beerijs’ genoemd, maar is nu gewoon een ijsbeer. De ‘giwaf’ wordt nu met het gangbaardere giraffe aangeduid en een broodje kip is geen ‘bootje pik’ meer.

Het gekke is dat hij juist een aantal van zijn favorieten niet op de juiste manier uitspreekt. Zo is de peuter is dol op banaan, maar die noemt hij ‘jama’. Olifanten en panda’s vindt hij geweldig en die worden ‘ootjes’ en ‘pamma’s’ genoemd. Ballonnen zijn natuurlijk een feest, maar heten ‘boema’s’. Alles dat rijdt en wielen heeft, is ook fantastisch, vooral als het groot is en geluid maakt. De ambulance en politiewagen worden nog gewoon ‘tatuus’ genoemd en een vrachtwagen is een ‘gaggamé’.

Het klinkt allemaal zo ontzettend lief, vooral ook als je hoort hoe hij het uitspreekt. En het grappige is, dat omdat we het zo lief vinden, we een aantal van die versprekingen hier in huis ook beginnen over te nemen. Zo hoor ik mijn man regelmatig vragen of de peuter nog een ‘jama’ wil. Zeg ik: “Hier is je pamma”, als ik mijn zoon zijn knuffelpanda aangeef en hoorde ik mezelf in de dierentuin roepen: “Kijk, daar is een ootje!”

Een paar dagen geleden liep ik over de stoep toen er een auto naast me stopte. Ik zag dat de bestuurder me wat wilde vragen, want zijn raampje ging naar beneden.
“Dag mevrouw, bent u hier bekend”, vroeg de man me beleefd.
“Ja hoor”, antwoordde ik. “Kan ik u ergens mee helpen?”
“Ik zoek de tennisbaan”, zei de man.
“Oh dat is heel makkelijk. U bent er al bijna”, vertelde ik hem door het raampje. Ik boog een beetje naar voren, wees met mijn hand de richting op waar hij naar toe moest. “U moet hier nog een stukje rechtdoor. En dan daar… waar die gaggamé geparkeerd staat, moet u rechts afslaan. De straat in”.
“Okay”, zei de man vragend. “Waar wat geparkeerd staat?”

Toen ik het woord wilde herhalen, had ik het opeens door. Ik had deze man zojuist in peutertaal verteld waar hij heen moest. “Sorry”, zei ik grinnikend om mijn eigen verspreking. “U moet bij de vrachtwagen rechts af slaan. Ik heb een peuterzoon, die noemt een vrachtwagen een ‘gaggamé’, maar u moet daar dus naar rechts en dan aan het einde links.”

Hij had het begrepen en reed weer door. Zelf liep ik ook door terwijl ik ook nog wat door giechelde.

Op zich is het, dacht ik, de bedoeling dat ik mijn kind leer praten en niet andersom.

***

Hebben jullie thuis ook zo’n verspreking die je hebt overgenomen? Wij zijn heel benieuwd! Vertel je ‘m op onze Facebookpagina? Daar blijf je ook op de hoogte van alle nieuwtjes en nieuwste artikelen!

Close
Lees vorig bericht:
kinderdagverblijf uitkiezen tips
Zó kies je een kinderdagverblijf voor je kind

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom je voor je kind opvang nodig zou hebben. Bijvoorbeeld als je zwanger bent...

Sluiten